Learn Dutch
B2 · Prepositions

In: being inside a situation

In for participation, processes and abstract states.

  1. Hij zit ___ de jury die de gemeenteprijs beoordeelt.
  2. De zaak ligt nu ___ behandeling bij de bezwaarcommissie.
  3. Er is grote belangstelling ___ de geschiedenis van het dorp.
  4. We geloven ___ de waarde van samenwerken met buurten.
  5. De bewoners hebben zich verenigd ___ buurtnetwerken voor ouderen.
  6. Dat nieuwe beleid strookt niet ___ ons Programma 2026.
  7. Zij is het niet eens ___ de mening van de commissie.
  8. De toekomst van het kleine winkelcentrum is ___ gevaar.
  9. Het verhaal stond ___ de media al snel bekend.
  10. We moeten rekening houden ___ de gevolgen voor de bewoners.
  11. Het onderzoek is ___ de luistertermijn afgerond.
  12. We moeten elkaar vaker ___ de voortgang spreken.