Learn Dutch
B2 · Prepositions

Aan: attachment and contact

Aan for bonds, handshakes, warnings and responsibility.

  1. Ik ben ___ de afspraken die we hebben gemaakt gebonden.
  2. We moeten aandacht besteden ___ de privacy van onze klanten.
  3. De redactie hecht waarde ___ een vrije en onafhankelijke pers.
  4. De jongen hield krachtig ___ de hand van zijn moeder.
  5. De minister nam ___ de bezwaren van de ombudsman kennis.
  6. De winkel sluit recht aan ___ het kantoor van de gemeente.
  7. Zij waarschuwde het publiek ___ de gevaren van het ontstaan.
  8. De zorg voor ouderen is een taak ___ de gemeente.
  9. We willen een bijdrage ___ het klimaat leveren.
  10. Ik ben er ___ van overtuigd dat dit plan beter werkt.
  11. De klant heeft een klacht ___ het bedrijf ingediend.
  12. De burgemeester nam deal ___ de klachten van de buurtbewoners.