B2 · Prepositions
Uit: origin and result
Uit for sources, outcomes and ranges.
- Het water van de beek stroomt ___ de duinen.
- Het nieuwe beleid is ___ de bewoners zelf opgesteld.
- Deze oplossing is ___ het overleg met de vakbond gekomen.
- Het evenement is afgelast ___ het slechte weer.
- De trein vertrekt ___ het derde perron.
- Het bonkende geluid kwam ___ de oude verwarming.
- De onzorgvuldigheid van de ploeg leidde ___ een boete.
- De brief is ___ de directie naar de Raad van Bestuur gestuurd.
- Dit boek bestaat ___ dertien hoofdstukken over stadsplanning.
- Zij put ___ een rijke ervaring in de zorg.
- De resultaten van de proef zijn ___ de norm gemeten.
- Het gebouw bestaat ___ drie verdiepingen en een kelder.