B2 · Prepositions
Bij: near, at and under
Bij for proximity, events and circumstances.
- De klant is ___ onze vestiging in Utrecht komen afspreken.
- We moeten ons aanmelden ___ het loket van de gemeente.
- Hij werkt sinds 2021 ___ een kenniscentrum voor ouderen.
- De jurist is samen met zijn cliënt ___ de rechter verschenen.
- Er is ___ de huidige omstandigheden geen andere oplossing mogelijk.
- De uitkomst bleef ___ de verwachtingen van de bewoners.
- Hij was ___ de deadline van de aanvraag niet op tijd klaar.
- Het regende het hard ___ het oude dak van de gymzaal.
- Deze opmerking was ___ de directie volstrekt onacceptabel.
- De paspoortcontrole vindt plaats ___ de grens.
- We troffen de winkel ___ de deur gesloten aan.
- Bij het voorvallen van ___ excursie was er plotseling een brandalarm.