B2 · Prepositions
Tegen: opposition and direction
Tegen for resistance, protection and deadlines.
- De demonstratie was gericht ___ het nieuwe tarievenbeleid.
- Zij pleitte ___ de belangen van de kinderen in de buurt.
- Het voorstel stuitte ___ sterke weerstand bij de bewoners.
- We moeten ons wapenen ___ kritiek van het publiek.
- Zijn werkwijze was ___ de afspraken die we gemaakt hadden.
- De partijen botsen ___ elkaar over de verdeling van het budget.
- Er was felle kritiek ___ het werk van de ombudsman.
- We moeten het conflict voorkomen ___ een gezamenlijk gesprek.
- De aanbesteding sluit ___ 15 mei.
- Hij waarschuwde ons ___ de gevolgen van het uitblijven van een reactie.
- Het is een strijd ___ de tijd die ons rest.
- Zij hield ___ de beschuldigingen van de werkgever stand.