Learn Dutch
B2 · Prepositions

Zonder: absence and lack

Zonder for what is missing or not done.

  1. De werknemer mag de klus niet ___ toestemming van de eigenaar uitvoeren.
  2. We hebben het voorstel ___ overleg goedgekeurd.
  3. Hij liep de hele dag ___ plan op de markt rond.
  4. De bewoners kunnen de huur niet ___ de vloer oppervlakte ophogen.
  5. Het is ___ twijfel dat de norm wordt aangescherpt.
  6. De oude brug is al jaren ___ onderhoud.
  7. Zij verliet de vergadering ___ de uitleg van de voorzitter.
  8. Hij ging naar huis ___ zijn jas.
  9. De klant kan niet ___ garantie een levensduur van tien jaar krijgen.
  10. We moeten de belangen van de bewoners niet ___ uit het oog verliezen.
  11. De brochure is verschenen ___ foto's uit het verleden.
  12. Zij vertrok ___ afscheid te nemen.