Learn Dutch
B2 · Prepositions

Concession: despite and although

Ondanks, al and hoewel for concessions.

  1. ___ de slechte weersomstandigheden is de excursie toch doorgegaan.
  2. ___ al zijn inspanning heeft hij de deadline gehaald.
  3. Het project ging door, ___ de bewoners er niet tegen waren.
  4. Zij bleef thuis, ___ het slechte weer.
  5. Ondanks de eerdere waarschuwingen ___ de bewoners naar het strand gegaan.
  6. ___ de regen gingen de kinderen toch naar school.
  7. We hebben het project doorgezet, ___ de tegenstand van de omwonenden.
  8. ___ de prijzen zijn gestegen, is het aantal bezoekers gelijk gebleven.
  9. ___ de koude bleef de groep toch in beweging.
  10. Zij heeft de oproep genegeerd, ___ de duidelijke waarschuwing van de politie.
  11. ___ de bewoners waren gewaarschuwd, gingen zij toch op pad.
  12. ___ de moeite die hij deed, werd zijn aanvraag afgewezen.