B2 · Prepositions
Concession: despite and although
Ondanks, al and hoewel for concessions.
- ___ de slechte weersomstandigheden is de excursie toch doorgegaan.
- ___ al zijn inspanning heeft hij de deadline gehaald.
- Het project ging door, ___ de bewoners er niet tegen waren.
- Zij bleef thuis, ___ het slechte weer.
- Ondanks de eerdere waarschuwingen ___ de bewoners naar het strand gegaan.
- ___ de regen gingen de kinderen toch naar school.
- We hebben het project doorgezet, ___ de tegenstand van de omwonenden.
- ___ de prijzen zijn gestegen, is het aantal bezoekers gelijk gebleven.
- ___ de koude bleef de groep toch in beweging.
- Zij heeft de oproep genegeerd, ___ de duidelijke waarschuwing van de politie.
- ___ de bewoners waren gewaarschuwd, gingen zij toch op pad.
- ___ de moeite die hij deed, werd zijn aanvraag afgewezen.