B2 · Prepositions
Verheugen op en uitzien naar
Looking forward to news, seasons and decisions.
- De bewoners verheugen zich ___ de mogelijkheid om het groen zelf te beheren. (verheugen)
- Wij kijken uit ___ een definitief antwoord van de gemeente. (uitzien)
- Het dorp kijkt uit ___ de komst van de nieuwe buslijn. (uitzien)
- Zij heeft lang uitgezien ___ een baan in het onderwijs. (uitzien)
- Ik verheug me alvast op de rust ___ de zomermaanden. (verheugen)
- Wij hebben ons verheugd ___ het akkoord dat de bewoners hebben gegeven. (verheugen)
- Het bestuur verheugt zich ___ de hoge opkomst bij de stemming. (verheugen)
- Wij kijken reikhalend uit ___ het akkoord met de vakbond. (uitzien)
- Veel bewoners verheugen zich ___ de afschaffing van de parkeerbelasting. (verheugen)
- Hij had zich op de komst van de staatssecretaris ___ voorbereid. (voorbereiden)
- De pers heeft met belangstelling uitgezien ___ de uitkomsten van de peiling. (uitzien)
- Wij kijken uit naar de reacties van de omwonenden ___ het plan. (uitzien)