Learn Dutch
B2 · Prepositions

Abonneren op en lid worden van

Subscriptions, memberships and joining organisations.

  1. Veel bewoners zijn geabonneerd ___ het maandelijkse wijkbulletin. (abonneren)
  2. Zij is lid ___ de buurtvereniging sinds 2018. (zijn)
  3. De wijk heeft zich aangesloten ___ het landelijke energieprogramma. (aansluiten)
  4. Na de gratis proefperiode moet u zich abonneren ___ het tijdschrift. (abonneren)
  5. De stichting heeft een convenant gesloten ___ de gemeente. (sluiten)
  6. De contributie ___ de vereniging bedraagt tien euro per jaar. (bedragen)
  7. De winkel is geabonneerd ___ de verzenddienst die de pakketten ophaalt. (abonneren)
  8. Het bestuur bedankt alle leden ___ hun inzet voor de buurtactiviteiten. (bedanken)
  9. De lidmaatschapskaart geeft korting ___ deelnames aan cursussen. (geven)
  10. De vereniging is aangesloten ___ het samenwerkingsverband voor betaalbare woningen. (aansluiten)
  11. We hebben ons alvast ingeschreven ___ de studiedag over duurzame steden. (inschrijven)
  12. De prijs van het lidmaatschap is ___ 2024 met tien euro verhoogd. (verhogen)