Learn Dutch
B2 · Prepositions

Verbinden en koppelen

Linking systems, groups and documents.

  1. De gegevens van de belastingdienst zijn gekoppeld ___ het lokale bestand met subsidies. (koppelen)
  2. De afdeling Mobiliteit is verbonden ___ de afdeling Stadsontwikkeling via een gezamenlijk dossier. (verbinden)
  3. Het nieuwe dossier sluit aan ___ het bestaande gegevenswarehouse. (aansluiten)
  4. Er is een duidelijk verband ___ de stijging van de huur en het tekort aan woningen. (zijn)
  5. De uitkomsten van de enquête sluiten niet aan ___ de cijfers uit het jaar ervoor. (aansluiten)
  6. Het wijkplan is in het verlengde ___ het regionale ruimtelijk beleid. (zijn)
  7. De twee gemeenten hebben een samenwerkingsverband gesloten ___ het beheer van het openbaar vervoer. (sluiten)
  8. De gegevens worden maandelijks afgestemd ___ de cijfers van het CBS. (afstemmen)
  9. Het beleid maakt deel uit ___ het landelijke programma voor leefbare steden. (uitmaken)
  10. De handhaving en de wijkpolitie werken samen ___ de openbare orde. (samenwerken)
  11. De wijk heeft een eigen budget, los ___ de algemene middelen van de gemeente. (zijn)
  12. Het voorstel sluit aan ___ het advies dat de ombudsman vorig jaar uitgaf. (aansluiten)