B2 · Prepositions
Terugkomen op en ingaan op
Going back to a topic, a person or a decision.
- In de volgende vergadering komen wij terug ___ de punten die u hebt genoemd. (terugkomen)
- Het college gaat in ___ de bezwaren die de bewoners hebben ingediend. (ingaan)
- De directeur keerde terug ___ het begin van het jaar bij de oude werkgever. (keren)
- We moeten ingaan ___ de zorgen die de omwonenden hebben geuit. (ingaan)
- Zij kwam terug ___ het verwijt dat zij zelf had geuit. (terugkomen)
- De bewoners willen niet ingaan ___ de discussie over de bezetting van de supermarkt. (ingaan)
- Het plan moet terugkomen ___ de agenda van het overleg. (terugkomen)
- De redacteur moet ingaan ___ de vragen die de lezers hebben gesteld. (ingaan)
- Toen de crisis voorbij was, keerde de rust in de wijk terug ___ het oude niveau. (keren)
- Zij wachtte tot de rust was teruggekeerd en ging toen in ___ de omslag van het project. (ingaan)
- De raadsfractie komt in de volgende vergadering terug ___ het amendement over de tarieven. (terugkomen)
- We komen later in de vergadering nog ___ dit punt terug. (terugkomen)