B2 · Prepositions
Omgaan met mensen en regels
Omgaan met: bewoners, gevoelens, regels en gegevens.
- De wijkcoördinator moet goed kunnen omgaan ___ boze bewoners. (omgaan)
- De zorgorganisatie moet zorgvuldig omgaan ___ de persoonsgegevens van patiënten. (omgaan)
- Daar moet de directie zorgvuldig ___ omgaan. (omgaan)
- Het zwembad houdt streng toezicht ___ de veiligheidsregels in het zwembad. (toezicht)
- Wij moeten zorgvuldig omgaan ___ de gevolgen voor huishoudens met een laag inkomen. (omgaan)
- De bewoners weten niet goed hoe zij moeten omgaan ___ het burengerucht. (omgaan)
- Er wordt streng omgegaan ___ de aanwijzingen van de ombudsman. (omgaan)
- De inspectie moet streng omgaan ___ de veiligheid van de bewoners. (omgaan)
- Het bestuur gaat nuchter omgaan ___ de klachten van de buurt. (omgaan)
- De jeugdcommissie weet niet goed hoe zij moet omgaan ___ de snelle veranderingen op de arbeidsmarkt. (omgaan)
- Met die sterke stijging van de energieprijzen moet de gemeente zorgvuldig ___ omgaan. (omgaan)
- Er moet zorgvuldig worden omgegaan ___ de privacy van de aanvragers. (omgaan)