B2 · Prepositions
Vertrouwen op en vertrouwen in
Trusting people, institutions and values.
- De patiënten vertrouwen ___ de zorg van de huisarts in de wijk. (vertrouwen)
- Veel kopers vertrouwen niet ___ de cijfers die de makelaar laat zien. (vertrouwen)
- Er is weinig vertrouwen ___ de manier waarop de gemeente de klachten behandelt. (zijn)
- Wij vertrouwen ___ de toezegging dat de klant het aanbod accepteert. (vertrouwen)
- Het vertrouwen ___ de lokale overheid is de afgelopen jaren sterk gedaald. (zijn)
- Zij vertrouwt niet ___ de gegevens die de app doorgeeft. (vertrouwen)
- De rekenkamer wil het vertrouwen ___ de instellingen herstellen. (herstellen)
- De directeur vertrouwt ___ de onafhankelijke controle door de rekenkamer. (vertrouwen)
- Er is geen vertrouwen ___ de beloften die de politiek gedaan heeft. (zijn)
- Het vertrouwen ___ de pers wordt bepaald door de manier waarop de redactie met fouten omgaat. (zijn)
- Wij vertrouwen ___ de afspraken die met de woningcorporatie zijn gemaakt. (vertrouwen)
- De bewoners vertrouwen ___ de bemiddelaar, maar niet op de procedure van de woningcorporatie. (vertrouwen)