Learn Dutch
B2 · Prepositions

Uitgaan van en uitgaande van

Assumptions, estimates and the basis of a calculation.

  1. De berekening gaat uit ___ de cijfers van het CBS over 2024. (uitgaan)
  2. Wij gaan uit ___ de aanname dat de vraag naar woningen blijft groeien. (uitgaan)
  3. De regering gaat ervan ___ dat de economie blijft herstellen. (uitgaan)
  4. Uitgaande ___ de cijfers is er geen reden tot paniek. (uitgaande)
  5. Het voorstel gaat uit ___ een eenvoudiger model van de wijk. (uitgaan)
  6. Wij gaan niet uit ___ de aannames van het rapport uit 2019. (uitgaan)
  7. De dienst gaat uit ___ de gegevens die de burger zelf aanlevert. (uitgaan)
  8. De berekening gaat uit van de aanname ___ een vaste bezetting van de afdeling. (uitgaan)
  9. Wanneer je uitgaat ___ verouderde cijfers, kom je tot een verkeerd beeld. (uitgaan)
  10. Het beleid gaat uit ___ de wens om de wijk leefbaar te houden. (uitgaan)
  11. De beoordelaar gaat uit ___ de toelichting die de aanvrager heeft gegeven. (uitgaan)
  12. Men moet bij elke berekening rekening houden met de aannames ___ de gehanteerde cijfers. (houden)