Learn Dutch
B2 · Prepositions

Streven naar en mikken op

Striving for a goal and aiming at a post.

  1. Het bedrijf streeft ___ een volledig circulaire bedrijfsvoering. (streven)
  2. De kandidaat mikt ___ de functie van directeur in de regio. (mikken)
  3. De wijk streeft ___ een evenwicht tussen wonen en werken. (streven)
  4. De jonge atleet mikt ___ de nationale titel in zijn discipline. (mikken)
  5. Het museum streeft ___ een groter bezoekersaantal. (streven)
  6. De overheid streeft ___ minder verkeersdrukte in de binnenstad. (streven)
  7. Met dit voorstel mikt de fractie ___ de komende verkiezingen. (mikken)
  8. Wij streven ___ samenwerking met de andere wijkorganisaties. (streven)
  9. De sportvereniging mikt ___ promotie naar de hoogste klasse. (mikken)
  10. Het college streeft ___ een slimmer vervoersnetwerk in de regio. (streven)
  11. We streven ernaar ___ de uitstoot binnen tien jaar te halveren. (streven)
  12. Zij streeft ernaar ___ haar opleiding in 2027 af te ronden. (streven)