B2 · Prepositions
Afhankelijk van en onafhankelijk van
Dependence, independence and self-reliance.
- Veel kleine bedrijven zijn sterk afhankelijk ___ de economische omstandigheden. (zijn)
- De rekenkamer moet onafhankelijk ___ de minister kunnen handelen. (zijn)
- De winkel is gebonden ___ een leveringscontract dat nog drie jaar loopt. (zijn)
- Deze methode is niet afhankelijk ___ de medewerking van de burger. (zijn)
- De oudervereniging wil onafhankelijk ___ de politieke partijen blijven. (blijven)
- De jongen is nog sterk afhankelijk ___ zijn ouders. (zijn)
- Het project is volledig los ___ de eerdere samenwerking met de gemeente. (zijn)
- De uitkomst van de peiling hangt sterk af ___ de deelname van de kiezers. (hangen)
- De tarieven zijn onafhankelijk ___ de inhoud van het pakket. (zijn)
- Wij willen een oplossing die niet afhankelijk is ___ subsidies van de overheid. (zijn)
- De gemeente treedt zelfstandig op en is daardoor niet gebonden ___ de oude reglementering. (zijn)
- Onze klanten zijn gewend aan een snelle levering en dat maakt het bedrijf onafhankelijk ___ de concurrentie. (zijn)