Learn Dutch
B2 · Prepositions

Voorwaarden en vereisten

Conditions, requirements and eligibility for a scheme.

  1. Een goede dakisolatie is een belangrijke voorwaarde ___ het behalen van de energiebesparing. (zijn)
  2. De aanvrager moet aan alle eisen ___ de regeling voldoen. (voldoen)
  3. De subsidie wordt alleen toegekend ___ voorwaarde dat de bewoners meewerken. (toekennen)
  4. Er is een aanvullende eis gesteld ___ de huidige bewoners van het pand. (stellen)
  5. Het bezit van een geldig ID-bewijs is een vereiste ___ de aanvraag. (zijn)
  6. De vergunning is afgewezen, omdat niet aan alle voorwaarden ___ de brandveiligheid was voldaan. (voldoen)
  7. Zolang aan de voorwaarden ___ deze regeling is voldaan, blijft de ontheffing geldig. (voldoen)
  8. De aanvrager moet voldoen aan de eisen die de bank ___ de lening stelt. (stellen)
  9. Het recht op een uitkering is gekoppeld ___ een aantal voorwaarden. (koppelen)
  10. De toelating tot de opleiding is afhankelijk ___ de vooropleiding die iemand heeft gevolgd. (zijn)
  11. In het jaarverslag staat met welke eisen ___ de regelgeving is voldaan. (voldoen)
  12. De eis die ___ de aanvrager wordt gesteld, geldt ook voor de leden van het gezin. (stellen)