B2 · Prepositions
Bestuur en overheid
Government bodies, officials and decisions.
- De ambtenaar werkt bij de afdeling vergunningverlening ___ de gemeente. (werken)
- Het ministerie van Volksgezondheid is verhuisd ___ een ander pand in Den Haag. (verhuizen)
- De nota is opgesteld ___ het gemeentelijk beleid. (opstellen)
- Het besluit is genomen ___ de gemeenteraad in stemming. (nemen)
- Iedere burger kan een klacht indienen ___ de ombudsman. (indienen)
- De vergunning is afgegeven ___ het college van burgemeester en wethouders. (afgeven)
- Het wetsvoorstel ligt ter goedkeuring ___ de Tweede Kamer. (liggen)
- De minister sprak tijdens het debat met de volksvertegenwoordigers ___ de begroting. (spreken)
- De provinciale overheid is bevoegd ___ de aanleg van de provinciale wegen. (zijn)
- De rekenkamer publiceerde een rapport ___ de doelmatigheid van de uitgaven. (publiceren)
- De gemeente heeft een klachtenreglement opgesteld ___ een onafhankelijke ombudsman. (opstellen)
- De bewoners hebben het college rechtstreeks aangesproken ___ de ontwikkeling van het plein. (aanspreken)