Learn Dutch
B2 · Prepositions

Ten: hoeveelheden en termijnen

Ten opzichte van, ten behoeve van, ten laste van.

  1. Ten opzichte ___ de rest van het land is de wijk bijzonder betaalbaar. (zijn)
  2. De nieuwe straatverlichting is aangelegd ten behoeve ___ het verkeersveiligheidsonderzoek. (aanleggen)
  3. De bezuinigingen gaan ten laste ___ de digitale voorzieningen. (gaan)
  4. De bewoners van de wijk komen ___ minstens veertig verschillende landen. (komen)
  5. Het energieverbruik in de wijk moet ___ tien jaar met een derde dalen. (dalen)
  6. De aanbesteding voor de straatrenovatie is ten bedrage ___ tweehonderdduizend euro gegund. (gunnen)
  7. De buurtvereniging bestaat al tien jaar en is aangesloten ___ de landelijke federatie. (aansluiten)
  8. Het beleid moet ten opzichte ___ de kleine ondernemer ruimte laten. (laten)
  9. De slechte weersomstandigheden kwamen ten laste ___ de organisatie van het evenement. (komen)
  10. Het aantal bezoekers van het museum lag vorig jaar ver ___ het niveau van het jaar ervoor. (liggen)
  11. De balie is verbouwd ten behoeve ___ de toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers. (verbouwen)
  12. Het risico van de stijging van de huurprijzen komt ten laste ___ de huurders. (komen)