B2 · Prepositions
Werken en in dienst zijn
Work, contracts, applications and service charges.
- Zij is inmiddels vijf jaar in dienst ___ het ziekenhuis in Utrecht. (zijn)
- De woonconsulent werkt ___ de gemeentelijke woningcorporatie. (werken)
- Zij heeft gesolliciteerd ___ de functie van regiemanager. (solliciteren)
- De medewerkers van de gemeente krijgen hun instructies ___ het digitale werkplatform. (krijgen)
- De arbeidsovereenkomst geldt ___ de duur van twee jaar. (gelden)
- De bedrijfsarts kijkt ___ de gezondheid van de medewerkers in de fabriek. (kijken)
- De werknemer is aangesloten ___ de bedrijfsvereniging voor de sector. (aansluiten)
- Het salaris wordt maandelijks uitbetaald, samen ___ een vakantietoeslag. (uitbetalen)
- De stage duurt zes maanden en vindt plaats ___ een zorginstelling in de wijk. (vinden)
- De werkgever is gebonden ___ de afspraken in de cao over de werktijden. (zijn)
- Wij zoeken een kandidaat die ervaring heeft ___ het gemeentelijk beleid. (hebben)
- De medewerkers hebben recht ___ een periodieke beoordeling van hun functioneren. (hebben)