Learn Dutch
B2 · Prepositions

Zorg vragen en zorg verlenen

Care, treatment and support for vulnerable residents.

  1. De bewoners vragen de gemeente ___ hulp bij het opknappen van hun woning. (vragen)
  2. Zij ontvangt drie keer per week zorg ___ het wijkzorgpunt. (ontvangen)
  3. De vrijwilligers zorgen ___ de bewoners die niet zelfstandig kunnen wonen. (zorgen)
  4. De klacht over de behandeling in het ziekenhuis is ingediend ___ de klachtencommissie. (indienen)
  5. Heeft u een klacht ___ de zorg die u heeft ontvangen, laat het ons dan weten. (klagen)
  6. Het zorgteam komt elke week ___ de bewoners thuis langs. (langskomen)
  7. De toegang tot zorg mag niet afhangen ___ het inkomen van de patiënt. (afhangen)
  8. De wijkverpleegster houdt toezicht ___ de medische verzorging van de chronisch zieken. (houden)
  9. Er is een klacht ingediend ___ het zorghuis omdat de bewoners te weinig aandacht kregen. (indienen)
  10. De zorg voor de chronisch zieken wordt bekostigd ___ de algemene middelen. (bekostigen)
  11. De bewoners met een chronische aandoening worden begeleid ___ een vaste begeleider. (begeleiden)
  12. De privacy van de patiënten is beschermd ___ strenge regels op de afdeling. (beschermen)