Learn Dutch
B2 · Prepositions

In de media en bij het publiek

Reporting, publishing and public reactions.

  1. Het verhaal over de brand in de oude fabriek stond ___ in de regionale krant. (staan)
  2. De interviewserie wordt elke dinsdag uitgezonden ___ de landelijke televisie. (uitzenden)
  3. Volgens een nieuwsbericht heeft de wijk drie jaar ___ de wachtlijst voor een woning gestaan. (staan)
  4. De redactie publiceerde een artikel ___ de ontwikkeling van de wijk. (publiceren)
  5. De bewoners reageren massaal ___ de uitzending over de sloop. (reageren)
  6. Het onderwerp staat al dagenlang ___ de agenda van het Actualiteitenprogramma. (staan)
  7. Er is veel aandacht in de media ___ de stijgende energieprijzen. (zijn)
  8. De oud-secretaris reageerde schriftelijk ___ de vragen van de onderzoekscommissie. (reageren)
  9. De stelling van de minister riep veel verontwaardiging op ___ de bewoners. (oproppen)
  10. Het verhaal is in binnen- en buitenlandse media ___ opgepakt en overgenomen. (oppakken)
  11. De ombudsman riep de pers op om de klachten ___ de bewoners te publiceren. (publiceren)
  12. Er is geen officiële reactie ___ de beschuldigingen van de oud-bestuurder. (zijn)