B2 · Prepositions
Onderwijs en leren
Schools, courses, exams and adult education.
- De helft van de bewoners volgt een cursus ___ de Nederlandse taal. (volgen)
- Zij is al tien jaar verbonden ___ het middelbare onderwijs in de stad. (verbinden)
- De leerlingen zitten ___ het examen dat in juni wordt afgenomen. (zitten)
- De ouders ontvangen na elk schooljaar een rapport ___ de ontwikkeling van hun kind. (ontvangen)
- De nieuwe leergangen sluiten aan ___ het bestaande lesprogramma. (aansluiten)
- Het vak maakt deel uit ___ het curriculum van de school. (uitmaken)
- De school is gestart ___ een programma voor de naschoolse opvang. (starten)
- De leraar besteedt veel aandacht ___ de zwakke leesvaardigheid van de groep. (besteden)
- De studenten moeten hun scriptie indienen ___ de docent van hun afstudeerrichting. (indienen)
- De school scoort op leesvaardigheid ___ het gemiddelde van de regio. (scoren)
- De leerlingen worden geëvalueerd ___ een aantal competenties uit het profiel. (evalueren)
- Wie een opleiding wil starten, moet eerst een intakegesprek ___ het ROC voeren. (voeren)