Learn Dutch
B2 · Prepositions

Verzekeren en schadeclaims

Policies, coverage, claims and excess.

  1. Het pand is verzekerd ___ een som van vierhonderdduizend euro. (verzekeren)
  2. De bewoners zijn verzekerd ___ brand en wateroverlast. (verzekeren)
  3. De schade is na een uitgebreide beoordeling door de verzekeraar ___ de huurder uitbetaald. (uitbetalen)
  4. De claim is ___ de verzekeraar ingediend via de makelaar. (indienen)
  5. De verzekering dekt geen schade die is ontstaan ___ eigen onderhoud. (dekken)
  6. Bij schade moet de verzekerde de schade eerst melden ___ de verzekeraar. (melden)
  7. Het eigen risico van de huurder is bij deze verzekering ___ duizend euro. (zijn)
  8. De verzekeraar heeft de aanvraag afgewezen wegens onvoldoende dekking ___ het schaderisico. (afwijzen)
  9. Het pand is verzekerd ___ brand en storm. (verzekeren)
  10. De expertise is uitgevoerd ___ een onafhankelijke schade-expert. (uitvoeren)
  11. De uitkering valt hoger uit dan de gedane uitgaven ___ de reparatie. (uitgaven)
  12. De premie wordt jaarlijks vastgesteld op basis van het risico ___ het pand. (vaststellen)