B2 · Prepositions
Meten, normen en indicatoren
Measurements, benchmarks, indicators and targets.
- De meting ___ de luchtkwaliteit wordt elke maand in de wijk uitgevoerd. (meten)
- De norm ___ geluid in woonwijken is in 2024 aangescherpt. (aanscherpen)
- Het aantal gemelde zaken is met vijftien procent gestegen ___ de vorige meting. (stijgen)
- De wijk scoort op leefbaarheid ___ het landelijk gemiddelde. (scoren)
- De doelstelling ___ 2030 geldt voor de reductie van de uitstoot in alle sectoren. (gelden)
- De waarde van de indicator is sterk afhankelijk ___ de gekozen meetmethode. (afhangen)
- De uitkomsten van de meting worden vergeleken ___ een Europees gemiddelde uit 2022. (vergelijken)
- Er zijn geen afgesproken normen ___ de dikte van het glas in dit pand. (zijn)
- De meetresultaten worden maandelijks gecontroleerd ___ een extern bureau. (controleren)
- De uitkomst van de meting komt ___ de verwachtingen van de bewoners. (uitkomen)
- In het jaarverslag staat hoe de cijfers zich verhouden ___ de doelstellingen. (verhouden)
- De betrouwbaarheid van de steekproef hangt sterk af ___ de gekozen methode. (hangen)