Learn Dutch
B2 · Prepositions

Adjectives & nouns + prep.

tevreden met, behoefte aan, kritiek op…

  1. Ze is erg tevreden ___ haar nieuwe baan.
  2. Ik ben niet verantwoordelijk ___ die fout.
  3. Nederland staat bekend ___ zijn fietscultuur.
  4. Hij is allergisch ___ noten.
  5. Er is grote behoefte ___ betaalbare woningen.
  6. Ze is jaloers ___ haar zus.
  7. Het antwoord ___ deze vraag is niet eenvoudig.
  8. Er is veel kritiek ___ het nieuwe beleid.
  9. Ik ben benieuwd ___ de uitslag.
  10. Veel culturele instellingen zijn afhankelijk ___ subsidie.
  11. Het verschil ___ beide voorstellen is klein.
  12. Zij is erg goed ___ wiskunde.