Learn Dutch
B2 · Prepositions

Cause, concession and purpose

door, ondanks, ondanks dat, ten behoeve van, om… te…

  1. De vergadering is uitgesteld ___ het slechte weer.
  2. ___ de regen kwamen toch ruim tweehonderd mensen naar de startlijn.
  3. De klant bleef ___ de hoge prijs toch abonneesnemer.
  4. De grond is gereserveerd ___ de bouw van een nieuw ziekenhuis.
  5. Er wordt een nieuwe fietsroute aangelegd ___ de fietsers veiliger te maken.
  6. De uitkomsten worden bekendgemaakt ___ de pers geïnformeerd kan worden.
  7. De bezuinigingen zijn ingepland ___ de klimaatdoelstellingen gehaald worden.
  8. ___ de corona is het centrum deze zomer leeg geweest.
  9. De excursie ging door, ___ het slechte weer.
  10. Er is een nieuw beleid ___ de huurprijzen in te dammen.
  11. De vergadering is verplaatst ___ de vakantie.
  12. Hij bleef thuis ___ zijn griep.