B2 · Prepositions
More adjectives & nouns + prep.
trots op, rijk aan, invloed op, onderzoek naar…
- Ze is nog steeds boos ___ haar broer.
- Wij zijn heel trots ___ onze dochter.
- Hij is al twintig jaar getrouwd ___ een Belgische.
- Dit gebied is rijk ___ grondstoffen.
- Hij is verliefd ___ zijn buurmeisje.
- In de zorg is een groot tekort ___ personeel.
- Hij heeft weinig respect ___ zijn collega's.
- De invloed van sociale media ___ jongeren is groot.
- Ze heeft veel ervaring ___ projectmanagement.
- Voorlopig is er geen oplossing ___ dit probleem.
- Het onderzoek ___ de oorzaken van burn-out loopt nog.
- Ik denk niet dat hij geschikt is ___ deze functie.