Learn Dutch
B2 · Prepositions

More verbs + preposition

twijfelen aan, beschuldigen van, zich beperken tot…

  1. Ik twijfel ___ de juistheid van die cijfers.
  2. Hij heeft zich niet ___ de regels gehouden.
  3. Ze beschuldigden hem ___ diefstal.
  4. De minister reageerde niet ___ de vragen van journalisten.
  5. Zij is gisteren geslaagd ___ haar rijexamen.
  6. Wij moeten ons beperken ___ de hoofdzaken.
  7. Hij heeft zich ___ zijn gedrag verontschuldigd.
  8. Ik ben inmiddels gewend geraakt ___ het Nederlandse weer.
  9. Ik wil je hartelijk bedanken ___ je hulp.
  10. Duizenden boeren protesteerden ___ de nieuwe stikstofregels.
  11. Het rapport wijst ___ een groot tekort aan leraren.
  12. Sinds vorig jaar zorgt ze ___ haar zieke moeder.