Learn Dutch
B2 · Prepositions

Verbs + preposition

Fixed combinations: afhangen van, bezwaar maken tegen…

  1. Ik ben het helemaal niet ___ je eens.
  2. Veel bewoners hebben bezwaar gemaakt ___ het plan.
  3. Hij heeft ___ de functie van projectleider gesolliciteerd.
  4. We moeten rekening houden ___ de gevolgen.
  5. Het succes hangt af ___ het weer.
  6. De commissie bestaat ___ zeven leden.
  7. Ik verheug me ___ de vakantie.
  8. Hij is vorig jaar ___ zijn studie gestopt.
  9. Zij heeft ___ het onderzoek deelgenomen.
  10. Wij verwijzen ___ onze brief van 3 maart.
  11. De gemeente heeft besloten ___ het plan af te zien.
  12. Hij klaagt altijd ___ de werkdruk.