Onderzoekers van het Sociaal Wetenschappelijk Instituut hebben bijna drieduizend middelbare scholieren gevolgd gedurende twee jaar. Zij wilden weten hoeveel tijd leerlingen besteden aan huiswerk en hoeveel van die tijd naar een scherm gaat. Het gemiddelde bleek hoger dan vaak wordt aangenomen: negen uur per week, waarvan ruim de helft op een telefoon of tablet.
Opvallend is dat de leerlingen hun eigen tijdsbesteding systematisch onderschatten. Vraag je een leerling hoe lang hij zaterdag heeft zitten leren, dan zegt hij meestal minder dan de werkelijke tijd. 'De beleving en de meting lopen sterk uiteen', aldus onderzoeker Lieke van den Berg. Bij een proef met een app die alles registreerde, lagen de schattingen gemiddeld zestig procent te laag.
De betekenis daarvan is dat het beleid van scholen op drijfzanden rust. Een school die ouders oproept om minder te laten doen, moet weten wat er werkelijk gebeurt. Bovendien maakt de manier van leren uit. Leerlingen die schreven of tekenden, zeiden zelf minder moeite te hebben dan leerlingen die alleen video's bekeken, ook bij dezelfde tijdsduur.
Het advies van de onderzoekers is bescheiden. Niet minder huiswerk, maar ander huiswerk. 'We hebben het mis over de hoeveelheid', aldus Van den Berg. 'Het gaat niet om minder doen, maar om doen met aandacht.' Scholen die experimenteren met een avond zonder schermen zien dat de opbrengst van de volgende dag hoger is, niet lager.