Learn Dutch
B2 · Reading

My village is no theme park

Opinion piece: a resident on mass tourism in her village.

Elke ochtend om negen uur, als ik met de hond naar buiten ga, staan ze er al: de eerste bussen van de dag. Ze komen uit Amsterdam, soms uit Brussel, en ze zetten tientallen mensen af op de parkeerplaats achter de kerk. Twee uur later rijden ze weer weg. Tussen negen en vijf herhaalt dat ritueel zich een stuk of twintig keer.

Laat ik vooropstellen: ik ben niet tegen toerisme. Mijn dorp heeft er jarenlang van geprofiteerd. De bakker, het café en de bootverhuur zouden zonder bezoekers allang verdwenen zijn. Maar ergens is het evenwicht zoekgeraakt. Bewoners kunnen in de zomer hun eigen steiger niet meer op, omdat er iemand een selfie staat te maken. Vorige maand stond er een vrouw in mijn tuin. Ze dacht dat het bij een museum hoorde.

Het meest zorgwekkend vind ik wat er met de huizen gebeurt. Steeds meer woningen worden opgekocht en aan toeristen verhuurd. Jonge dorpsgenoten die hier willen blijven wonen, maken geen schijn van kans. De basisschool heeft dit jaar voor het eerst geen nieuwe kleuterklas kunnen vormen.

De gemeente reageert met de gebruikelijke maatregelen: een paar extra borden, een verbod op drones, een campagne over 'respectvol bezoek'. Sympathiek, maar het verandert niets aan de kern van het probleem. Zolang touringcars gratis kunnen parkeren en er geen grens is aan het aantal vakantiewoningen, blijft het dweilen met de kraan open.

Er zijn dorpen en steden in Europa die het anders aanpakken. Ze werken met tijdsloten, heffen een toegangsprijs voor touringcars of beperken vakantieverhuur tot een paar weken per jaar. Dat zijn geen populaire keuzes. Maar wie wil dat hier over twintig jaar nog mensen wonen, en niet alleen bezoekers rondlopen, zal ze toch moeten maken.

Marjan Kok woont al zestig jaar in een waterrijk dorp in Overijssel.

Questions

  1. Waar of niet waar? De schrijver vindt dat toeristen helemaal niet meer naar haar dorp moeten komen.
  2. Waarom noemt de schrijver de bakker, het café en de bootverhuur?
  3. Wat vindt de schrijver het ernstigste gevolg van het toerisme?
  4. Wat bedoelt de schrijver met 'dweilen met de kraan open'?
  5. Waar of niet waar? De schrijver erkent dat de oplossingen die zij voorstelt weerstand zullen oproepen.
  6. Waar of niet waar? Volgens de schrijver heeft het lage aantal nieuwe kleuters te maken met de situatie op de woningmarkt.