Learn Dutch
B2 · Verbs

Absolute participial phrases

Gezien, Gegeven, Uitgaande van: circumstances in a participle.

  1. ___ het grote aantal aanvragen, heeft de afdeling extra personeel ingezet. (zien)
  2. ___ van de bezuinigingsdoelstelling, stelt het college voor om de tarieven aan te passen. (uitgaan)
  3. De prijzen worden, ___ de nieuwe regels, met tien procent verlaagd. (geven)
  4. ___ het verzoek van de cliënt, is een nieuwe werkprocedure ingesteld. (reageren)
  5. Het college besloot, ___ het externe advies, het ontwerp te wijzigen.
  6. Rekening houdend met de bezuinigingen, ___ de afdeling nieuwe prioriteiten. (stellen)
  7. De beslissing, ___ in de commissie, is openbaar gemaakt. (nemen)
  8. Het contract, ___ in Brussel, is ondertekend. (sluiten)
  9. ___ artikel 12, mag de aanvraag niet in behandeling worden genomen. (verwijzen)
  10. De aanpassing gebeurt, ___ het door de raad vastgestelde beleid.
  11. ___ een alternatief, moet de procedure worden herzien.
  12. ___ de nieuwe cijfers, is de prognose opnieuw aangepast.