Learn Dutch
B2 · Verbs

A participial phrase with a subject

De belofte gedaan door de directeur: a subject inside the phrase.

  1. De belofte, ___ door de directeur, moet worden nagekomen. (doen)
  2. Het gebouw, ___ in 1890, staat nu op de monumentenlijst. (bouwen)
  3. De beslissing, ___ door de raad, wordt openbaar gemaakt. (nemen)
  4. Het akkoord, ___ in Brussel, wordt binnenkort ondertekend. (sluiten)
  5. De klus, ___ door de aannemer, oplevert twee weken vertraging op. (uitvoeren)
  6. De aanvraag, ___ in maart, is nog steeds in behandeling. (indienen)
  7. Het privacybeleid, ___ door de juridische afdeling, is vastgesteld. (opstellen)
  8. De cijfers, ___ door het CBS, wijzen op een lichte daling. (publiceren)
  9. De bezuiniging, ___ in 2027, heeft grote gevolgen voor de zorg. (doorvoeren)
  10. De mededeling, ___ op 1 september, staat op de website. (uitgeven)
  11. De omschrijving, ___ door de opdrachtgever, vormt het uitgangspunt. (formuleren)
  12. De pilot, ___ in twee wijken, wordt nu geëvalueerd. (starten)