B2 · Verbs
The passive with worden and met
worden + participle, and met for the means or the manner.
- De bewoners werden met een brief over de renovatie ___. (informeren)
- Het gebouw moet met zorg ___. (renoveren)
- De aanvraag is met een postcode en huisnummer ___. (indienen)
- Het contract wordt met een notaris ___. (sluiten)
- De normen zijn met opzet ___. (overschrijden)
- Het bedrag is met 500 euro ___. (verhogen)
- De klus moet met spoed ___. (afronden)
- De mededeling is met een persoonlijke brief ___. (versturen)
- Het akkoord is met een ruime meerderheid ___. (bereiken)
- Het personeelsbestand is met drie mensen ___. (uitbreiden)
- Het dossier zal met een nieuwe beveiliging ___. (beveiligen)
- De beoordeling is met een externe jury ___. (verrichten)