B2 · Verbs
The passive of a modal perfect
had gemoeten, zou moeten zijn: modal perfects in the passive.
- Het gebouw had op tijd gemoeten ___ worden opgeleverd. (opleveren)
- De aanbesteding zou eerder ___ moeten zijn gehouden. (houden)
- De bewoners hadden vóór de sloop ___ moeten worden geïnformeerd. (informeren)
- Het contract had door de jurist ___ moeten worden gecontroleerd. (controleren)
- Deze vergissing had eerder ___ kunnen worden ontdekt. (ontdekken)
- Het bericht had veel sneller ___ moeten worden verstuurd. (versturen)
- De oude brug had al lang ___ moeten vervangen zijn. (vervangen)
- Het onderzoek had binnen de termijn ___ moeten worden afgerond. (afronden)
- De uitkomst had openbaar ___ moeten worden gemaakt. (maken)
- Het risico had eerder ___ moeten worden onderkend. (onderkennen)
- De bewoners hadden vooraf ___ moeten worden gewaarschuwd. (waarschuwen)
- De storing had veel sneller ___ moeten worden verholpen. (verhelpen)