B2 · Verbs
Real conditionals
Als plus present, and the present or future in the main clause.
- Als de raad het plan goedkeurt, ___ de uitvoering in het voorjaar. (beginnen)
- Als het regent, ___ we thuis. (blijven)
- Als de aanvraag vóór vrijdag binnenkomt, ___ de uitkomst volgende week bekend zijn. (zullen)
- Als de trein uitvalt, ___ we met de bus naar de stad. (zullen)
- Als je je opgeeft, ___ je de uitnodiging per e-mail. (ontvangen)
- Wanneer de excursie begint, ___ de gids het programma. (bespreken)
- Als er meer aanmeldingen komen, wordt de tweede groep ook ___. (starten)
- Zodra de vergunning is verleend, mag de aannemer met de werkzaamheden ___. (beginnen)
- Als de kosten uit de begroting komen, ___ het project haalbaar. (zijn)
- Als jullie het eens zijn, sturen we morgen het contract ___. (sturen)
- Als er een klacht komt, ___ we die binnen vijf dagen. (behandelen)
- Zolang de staking duurt, ___ er geen treinen. (rijden)