B2 · Verbs
The third conditional
Had plus participle, and zou plus have plus participle.
- Als hij was meegegaan, ___ hij meer van de stad hebben gezien. (zijn)
- Als we de brief eerder had gelezen, ___ we het probleem voorkomen. (kunnen)
- Hadden jullie de prijs vergeleken, dan ___ jullie een betere keuze hebben gemaakt. (zullen)
- Zonder die zware regen ___ de oogst niet zijn mislukt. (zijn)
- Als de arts beter had geluisterd, ___ hij de klacht eerder herkend. (zullen)
- Ik ___ dat niet gedaan hebben, als ik het geweten had. (zullen)
- Hadden de bewoners geëmigreerd, ___ ze een ander leven gehad. (zijn)
- Als de belastingdienst het formulier had nagekeken, ___ de fout niet zijn overgeslagen. (zijn)
- Had je maar op de kaart gekeken, dan ___ je het station direct gevonden. (zullen)
- Als de sponsor was blijven, ___ het evenement niet zijn afgelast. (zijn)
- Wij ___ ons destijds beter gerealiseerd, als we de tijd hadden gehad. (zullen)
- Als hij de aanwijzingen van de arts had opgevolgd, ___ hij nu gezond zijn. (zijn)