Learn Dutch
B2 · Verbs

Mixed conditionals

A past condition with a present result, and the other way round.

  1. Als ik die cursus had gevolgd, ___ ik de baan nu hebben. (zullen)
  2. Had je de brief gelezen, dan ___ je nu een andere baan hebben. (zullen)
  3. Als we dit jaar genoeg bezuinigden, ___ het tekort dit jaar verdwenen zijn. (zijn)
  4. Had de directie de klacht serieuzer genomen, ___ de schade veel kleiner geweest zijn. (zijn)
  5. Als hij de opleiding niet had gevolgd, ___ hij nu bij een ander bedrijf werken. (werken)
  6. Als de raad vorig jaar had ingestemd, ___ het beleid vandaag anders zijn. (zijn)
  7. Zouden jullie vorig jaar hebben meegedaan, dan ___ jullie nu het contract hebben. (zullen)
  8. Hadden ze het contract getekend, dan ___ de dienstverlening nu sneller. (zijn)
  9. Als de technologie betaalbaarder was, ___ het voor bredere groepen mogelijk zijn. (zijn)
  10. Had de gemeente de wijk eerder aangepakt, ___ de huizen nu meer waard zijn. (zijn)
  11. Als de docent de stof vaker had herhaald, ___ de leerlingen de toets beter maken. (kunnen)
  12. Was de koers stabieler geweest, dan ___ de pensioenen dit jaar hoger zijn geweest. (zijn)