B2 · Verbs
Purpose with om … te
Why something happens: om plus infinitive, and the same subject.
- De gemeente stuurt een brief om de bewoners over de sloop te ___. (informeren)
- Het werk is vorige week gestopt om de leidingen te ___. (vervangen)
- Zij vroeg de huisman om de sleutel te ___. (zoeken)
- We kwamen twee dagen eerder om de tijd te ___. (besparen)
- De film werd korter gemaakt om beter bij het programma te ___. (passen)
- Ik bel u morgen om een afspraak te ___. (maken)
- De bewoners kwamen samen om hun mening over het plan te ___. (geven)
- Er is een extra dienstregeling gekomen om de overlast te ___. (verminderen)
- We hebben de vergadering verzet om de agenda beter te ___. (bespreken)
- Hij sloot de deur om de tocht niet te ___. (missen)
- De overheid publiceerde de cijfers om de ontwikkeling te ___. (verduidelijken)
- Wij hebben de procedure vereenvoudigd om de aanvraag sneller te ___. (behandelen)