Learn Dutch
B2 · Verbs

Result clauses with zodat

A result that follows from what happens.

  1. De bewoners kwamen massaal, zodat de zaal meteen ___ was. (vol)
  2. De prijzen stegen zo sterk, zodat veel klanten weg___. (blijven)
  3. Het regende uren, zodat de excursie werd ___. (afgelast)
  4. De nieuwe procedure werkte, zodat de klachten sneller werden ___. (behandeld)
  5. De bewoners waren boos, zodat ze de aannemer voor de ___. (rechtbank)
  6. Hij legde het uit, zodat iedereen het ___. (begrijpen)
  7. De prijs is te hoog, zodat we ons moeten ___. (beperken)
  8. De sensor gaf een fout signaal, zodat de deur bleef ___. (dicht)
  9. Het aanbod was te beperkt, zodat niemand kon ___. (inschrijven)
  10. De fietsenstalling was te klein, zodat veel mensen bleven ___. (staan)
  11. De belasting ging omhoog, zodat het nettoloon ___. (dalen)
  12. De oplevering was uitgesteld, zodat het werk langer ___ duurde. (duren)