Learn Dutch
B2 · Verbs

Result with zo … dat

So much or so little that something follows.

  1. De prijzen zijn zo gestegen dat de klanten massaal ___. (klagen)
  2. De zaal was zo vol dat er geen plaatsen meer ___ waren. (vrij)
  3. De prijs is zo laag dat er geen enkele klant hoeft te ___. (twijfelen)
  4. Hij werkte zo snel dat de hele klus in twee dagen ___. (klaar)
  5. Het was zo koud buiten dat we nauwelijks naar huis ___. (lopen)
  6. De aankomsttijd is zo duidelijk dat niemand meer hoeft te ___. (bellen)
  7. Het aanbod was zo krap dat de eerste drie dagen al ___. (verlopen)
  8. De buurt is zo veranderd dat de oude bewoners zichzelf niet meer ___ herkennen. (kunnen)
  9. De omslag was zo groot dat de voorzitter de vergadering moest ___. (verbreken)
  10. De excuses waren zo zwak dat iedereen meteen door ___. (vragen)
  11. Het is zo druk in de winkel dat je beter online kunt ___. (bestellen)
  12. Het licht is zo slecht dat de letters nauwelijks ___ zijn. (leesbaar)