Learn Dutch
B2 · Verbs

Verbs of report

Melden, bevestigen, ontkennen: reporting what someone said.

  1. De woordvoerder meldde dat de maatregelen ___ ingevoerd. (worden)
  2. Het kabinet bevestigde dat er overleg ___ met de gemeenten. (worden)
  3. De aanklager stelde dat er sprake was van ___. (fraude)
  4. De getuige verklaarde dat hij de facturen nooit had ___. (zien)
  5. De voorzitter deelde mee dat de stemming ___ is uitgesteld. (zijn)
  6. De partij ontkende dat er iets ___ was aan de belastingfraude. (mis)
  7. De directie liet weten dat de productie ___ hervat. (hervatten)
  8. De onderzoeker concludeerde dat de schade groter was dan ___. (gedacht)
  9. De raad erkende dat met de bewoners te weinig is ___. (communiceren)
  10. De bewoners hoorden dat er een nieuw platform zou ___. (komen)
  11. De jurist adviseerde om het contract eerst ___ te herzien. (herzien)
  12. Volgens de brief had de aannemer het werk al ___. (opgepakt)