Learn Dutch
B2 · Verbs

Verbs of opinion, formally

Van mening zijn, oordelen, overtuigd: formal views.

  1. De fractie is van mening dat de bezuinigingen te ___ zijn. (groot)
  2. De commissie oordeelde dat de maatregel niet ___. (uitvoerbaar)
  3. Hij was sterk overtuigd dat de bewoners het plan zouden ___. (steunen)
  4. Mijns inziens is de huidige aanpak niet ___. (voldoende)
  5. De burgemeester verklaarde dat het beleid iedereen ten goede ___. (gedaan)
  6. Ik ben ervan overtuigd dat er betere ___. (mogelijk)
  7. De ombudsman oordeelde dat de klacht ___ behandeld. (moet)
  8. Naar mijn mening had de regering het probleem te vroeg ___. (onderschatten)
  9. Het panel is van oordeel dat de aanpak ___ en werkt. (duurzaam)
  10. Ik kan me voorstellen dat de bewoners bezorgd ___. (zijn)
  11. De directeur gaf te kennen dat hij het beleid niet ___. (ondersteunen)
  12. Er is goede grond om aan te nemen dat het probleem ___ wordt. (verholpen)