Learn Dutch
B2 · Verbs

Verbs with a preposition in official Dutch

Ingang op, beroep op, uitzondering voor: fixed combinations.

  1. Het college zal ___ op het verzoek van de bewoners. (ingaan)
  2. De bewoners hebben nog niet op het voorstel ___. (reageren)
  3. De beoordelaar moet ___ met de bezuinigingsdoelstelling. (houden)
  4. De afdeling heeft kennis ___ van het besluit van de raad. (nemen)
  5. Tegen het besluit kan ___ worden gemaakt. (maken)
  6. Er wordt beroep ___ op de uitzonderingsclausule. (doen)
  7. Voor dit jaar maakt de regering ___ voor kleine bedrijven. (maken)
  8. Het college heeft ___ gegeven aan het advies van de commissie. (geven)
  9. Na een schriftelijke aanmelding ___ burgers toegang tot de vergaderstukken. (krijgen)
  10. De huurder heeft afstand ___ van zijn eis. (doen)
  11. De bewoners zagen hun dorp langzaam ___. (verouderen)
  12. Het college heeft de bezwaren serieus ___. (nemen)