B2 · Verbs
Verbs of obligation in a legal register
Zijn verplicht, dienen, geboden zijn: binding rules.
- Volgens de verordening ___ de huishoudens hun afval op de juiste dag aan te bieden. (zijn)
- Elke aanbieder ___ de gestelde eisen onverkort na te komen. (dienen)
- Het is ___ om op de stoep te parkeren. (zijn)
- De huurder is ___ aan de bepalingen in de huurovereenkomst. (zijn)
- De werkgever ___ de werknemer niet zonder toestemming ontslaan. (mogen)
- Het college is ___ om de bewoners over de sloop te informeren. (zijn)
- De opdrachtgever ___ een vertraging onmiddellijk te melden. (dienen)
- Bij overtreding wordt een boete ___. (opleggen)
- Iedereen is ___ aan de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht. (zijn)
- Deelnemers ___ de ruimten niet zonder toestemming betreden. (mogen)
- Het is niet ___ om in de tuin van de buren te parkeren. (zijn)
- De contractant is ___ de verzekeringsplicht na te komen. (zijn)