B2 · Verbs
Verbs of necessity
Vereisen, vergten, nodig zijn, geboden zijn: what is required.
- Het aanbestedingsdossier ___ een uitsluitingsverklaring. (vereisen)
- Voor deze functie is een rijbewijs ___. (zijn)
- Het is ___ om binnen het pand te roken. (zijn)
- De overheid ___ de werkgevers om een plan voor te leggen. (dwingen)
- Deze maatregel ___ om een strakker toezicht. (vragen)
- De klant ___ van de aannemer een schriftelijke bevestiging. (verlangen)
- De belastingdienst ___ van belastingplichtigen een volledige opgave. (eisen)
- Het gebied heeft een eigen beheerorganisatie ___. (hebben)
- Deze verordening ___ tot de gemeentelijke regelgeving. (behoren)
- De bewoners ___ meer grip op het onderhoud. (wensen)
- De richtlijnen schrijven voor dat een aanbieder moet aantonen over voldoende capaciteit te ___. (beschikken)
- Deze oplossing ___ bij aan een lagere energierekening. (bijdragen)