Learn Dutch
B2 · Verbs

Verbs of possibility

Kan, mogelijk, kans, risico: what might happen.

  1. Er bestaat een kans dat de aanbesteding ___ wordt. (uitstellen)
  2. Het is mogelijk dat de raad de tarieven verder ___. (verhogen)
  3. Er kan een storing ___. (optreden)
  4. Het risico bestaat dat de kosten ___. (oplopen)
  5. Niemand kan garanderen dat de oplevering op tijd ___. (worden)
  6. Het is denkbaar dat de bewoners bezwaar ___. (maken)
  7. De oorzaak van de storing kan nog niet worden ___. (vaststellen)
  8. Er bestaat een reële kans dat de excursie toch ___. (doorgaan)
  9. Er moet worden nagegaan of de normen nog ___. (gelden)
  10. Het is waarschijnlijk dat de bewoners de plannen ___. (steunen)
  11. ___ het kunnen dat de procedure langer duurt dan verwacht? (zullen)
  12. Zonder extra maatregelen kan de situatie verder ___. (escaleren)