Learn Dutch
B2 · Verbs

Verbs of estimation

Schatten, ramen, begroten, inschatten: working out amounts.

  1. De aannemer ___ de kosten op 250.000 euro. (rammen)
  2. Het college ___ de inkomsten uit parkeren te laag. (schatten)
  3. De begroting voor 2027 wordt op 4,2 miljoen euro ___. (begroten)
  4. Wij ___ de kosten van de reparatie op tweehonderd euro. (inschatten)
  5. Volgens de prognose zullen de bezoekersaantallen dit jaar ___. (stijgen)
  6. De belastingaanslag zal naar verwachting met vijf procent ___. (stijgen)
  7. Het aantal deelnemers ___ groter dan in 2023. (uitvallen)
  8. De opdrachtgever verwacht dat de oplevering in augustus ___. (zijn)
  9. Wij hebben het aantal aanvragen op tweehonderd ___. (schatten)
  10. De kosten van de renovatie ___ in de begroting. (begroten)
  11. Men moet ___ houden met een overschrijding van tien procent. (rekeninghouden)
  12. De deskundige ___ de schade op ruim tienduizend euro. (becijferen)