Learn Dutch
B2 · Verbs

The passive with a modal and negation

Mag niet worden, moet niet: a modal passive that says no.

  1. De zaal mag tijdens de wedstrijd niet worden ___. (betreden)
  2. Het pand mag niet zonder toestemming worden ___. (verkopen)
  3. De oude brug moet vóór de sloop worden ___. (versterken)
  4. De persoonsgegevens mogen niet aan derden worden ___. (versturen)
  5. Het gebied kan niet zonder vergunning worden ___. (ontwikkelen)
  6. De aanvraag mag niet zonder ondertekening worden ___. (indienen)
  7. De vergadering moet openbaar worden ___. (gehouden)
  8. De oude bomen moeten vóór de start worden ___. (verwijderen)
  9. De woning mag niet aan derden worden ___. (verhuurd)
  10. Het contract mag niet door één persoon worden ___. (ondertekenen)
  11. De uitkomst kan niet in de media worden ___. (publiceren)
  12. De gegevens mogen niet zonder toestemming worden ___. (geven)